Technologieklas in de Vinkenhofstraat

Tijdens het schooljaar 2004-2006 startten we onze lessen in de technologieklas. Meester Willy, onze ambulante leerkracht, werkt hier met leerlingen van het 3e t.e.m. het 5e leerjaar rond het wero-domein 'Mens en Techniek'.
Sinds het schooljaar 2005-2006 worden er ook in het zesde leerjaar speciale lessen technologie gegeven.
Sinds de invoering van het nieuw WERO-leerplan ondervinden we dat technologische opvoeding weinig aan bod komt in ons aanbod. Nochtans leven we in een hoogtechnologische wereld en wanneer onze kinderen op de arbeidsmarkt komen zal technologie een nog grotere rol spelen. We vinden het dan ook onze taak om technologie “voelbaar aanwezig” te maken in de basisvorming die we willen aanbieden. Onderstaande info komt uit een studiedag van de “rvo-society”, opgezet door de Koning-Boudewijn-stichting

 
Maatschappelijke relevantie:
Uit studies blijkt dat interesses van kinderen vaste vorm krijgen tussen 10 en 12 jaar . Deze interesses leiden later tot het kiezen van een bepaalde studierichting . 
Dit impliceert:
  • De basisschool heeft hier een belangrijke verantwoordelijkheid . Het aanbod moet van die aard zijn dat ieder kind zijn / haar interesses aanvoelt en kan doen vorm krijgen
  • Kinderen moeten op de juiste manier in contact gebracht worden met wetenschappen en techniek zodanig dat ze over de nodige competenties, vaardigheden en attitudes beschikken om succesvol te kunnen doorstoten in hun keuzerichting.
  • belangrijke vaardigheden voor de toekomst:
    · wetenschappelijk en technologisch geletterd zijn
    · sociale en communicatieve vaardigheden hebben
    · ondernemend zijn



 

Sorry, your browser doesn't support Java(tm).

 

 

 

Doelen die we trachten na te streven:

Mens en Techniek

MATERIALEN

  • Kinderen zien in dat courante producten gemaakt zijn uit welbepaalde materialen en/of grondstoffen. 

ENERGIE

  • Kinderen kennen verschillende energiebronnen. 
  • Kinderen zien in dat energie noodzakelijk is om producten te vervaardigen en technische handelingen te verrichten. 

INSTRUMENTEN

  • Kinderen zien in dat veel voorwerpen in hun omgeving een aanvulling of verbetering zijn van menselijke functies en maken er functioneel gebruik van.
  • Kinderen zien in dat instrumenten evolueren en dat ze bij het eigen lichaam ontstaan zijn.

PRODUCTEN

  • Kinderen zien in dat producten worden gemaakt volgens bepaalde technische principes.

SYSTEMEN

  • Kinderen kunnen op hun niveau uitleggen hoe een aantal distributiesystemen in hun omgeving zorgen voor aanvoer van water, energie, ... 
  • Kinderen zien in dat in hun omgeving verschillende informatieverwerkende toestellen voorkomen, waarvan ze er zelf enkele kunnen instellen en/of bedienen. 
  • Kinderen weten dat mensen steeds nieuwe systemen, instrumenten en producten hebben uitgevonden en zullen uitvinden om hun werk aangenamer, beter, vaardiger, sneller, mooier, preciezer, ... te maken.
  • Kinderen zijn zich bewust van de relatieve waarde van technische systemen.

TECHNISCH DENKPROCES

  • Kinderen kunnen zeggen aan welke eisen een bestaande constructie en een constructie die ze zelf willen maken, moet voldoen.
  • Kinderen kunnen hun materialenkennis en hun kennis van constructie-, bereidings- en bewegingsprincipes gebruiken bij het ontwerpen van een constructie of bereiding. 
  • Kinderen kunnen een constructieactiviteit of een bereiding correct uitvoeren.
  • Kinderen kunnen gebruik maken van hun kennis over en vaardigheid in techniek om een bereiding te maken en een constructie uit elkaar te halen of in elkaar te zetten. 
  • Kinderen kijken kritisch naar een zelfgemaakt product of bereiding.

 

 

Mens en natuur

DE AARDE ALS LEEFRUIMTE

De aarde als bron

  • Kinderen beseffen dat de aarde bron is van energie en van grondstoffen.
  • Kinderen gaan op hun niveau zorgzaam om met hun milieu.

Natuurkundige aspecten

  • Kinderen kunnen, na experimenteren, enkele gangbare stoffen en materialen benoemen en ze groeperen volgens gemeenschappelijke kenmerken of eigenschappen.
  • Kinderen kunnen een verband leggen tussen de eigenschappen van een aantal materialen en het gebruik dat er van gemaakt wordt.
  • Kinderen kunnen natuurkundige verschijnselen onderzoeken en hun zelf geformuleerde voorspellingen toetsen.
  • Kinderen kunnen in gebruiksvoorwerpen de toepassing herkennen van natuurkundige principes.